Je wilt graag gebruik maken van ASP.NET? Bij Vevida kun je gebruikmaken van het .NET-Framework versie 4.7.2. Daarnaast kun je ook gebruik maken .Net core 2.1. Voor oude legacy webapplicaties is ASP.NET 3.5 SP1 nog beschikbaar, echter bijwerken naar 4.7.2 is aanbevolen.

ASP.NET bij Vevida

In de Vevida hostingomgeving is het .NET-Framework standaard beschikbaar. Jouw website wordt direct met ASP.NET-functionaliteit opgeleverd. Alle standaard functies van de .NET-technologie worden ondersteund. Extra onderdelen kun je vaak zelf deployen naar de bin-map van jouw webapplicatie. Denk hierbij aan ASP.NET MVC, MySQL Connector/NET, EntityFramework, SqlCe, WCF Web Services, etc.

Als je graag meer informatie wilt over ASP.NET dan kun je terecht op de .NET Framework-pagina van Microsoft.

ASP.NET 4.7+ trustlevel configuratie

Het Vevida Windows hostingplatform opereert in een full trust trustLevel, voor ASP.NET 4.7+. Voor legacy ASP.NET 3.5 SP1 geldt een partial trust, of medium trust genoemd.

ASP.NET applicatiefolders

Een ASP.NET-applicatie draait in een zogenoemde applicatiefolder. Dat is een folder die in de webserver specifiek is aangemerkt voor het uitvoeren van ASP.NET-applicaties. De www-map is standaard een applicatiefolder. Als je een tweede, aparte, applicatie wilt plaatsen in een subfolder, dan moet deze folder eerst aangemerkt worden als applicatiefolder. Wij stellen dit graag voor je in!

web.config overerving

Als je webapplicatie gebruik maakt van meerdere applicatiefolders, dan nemen zogenoemde child applicaties de instellingen over van de hoofdapplicatie (het web.config-bestand). Dit heet web.config inheritance (overerving) en dat kan soms behoorlijk vervelend zijn.

In het web.config bestand van de hoofdapplicatie kun je opgeven dat de instellingen niet overgeërfd moeten worden naar de child- of subapplicaties.

<location path="." inheritInChildApplications="false">
   <system.web>
     <!-- hoofdapplicatie instellingen komen hier -->
   </system.web>
</location>

Geïnstalleerde ASP.NET-versie voor jouw website

Als je graag wilt weten welke ASP.NET-versie geïnstalleerd is op jouw website, dan kun je hiervoor de code uit ons artikel Welke versie van .NET gebruikt mijn website? gebruiken.

Let op: dit is niet helemaal accuraat, maar in principe zijn er maar twee opties: .NET-Framework versie 3.5 SP1 en 4.7+. Omdat dit uitbreidingen zijn op respectievelijk 2.0 en 4.0, en ze geen eigen Common Language Runtime (CLR) hebben zie je deze versies niet terug in het weergegeven versienummer.

Ontwikkel je webapplicaties in dezelfde .NET-versie als op de webserver beschikbaar is, bij voorkeur de hoogst mogelijke.

ASP.NET MVC

Je kunt ASP.NET MVC gebruiken in je .NET-webapplicatie. Je vindt meer informatie in ons FAQ-artikel ASP.NET MVC gebruiken.

Just bin Deploy it” geldt ook voor andere uitbreidingen zoals de al eerder genoemde MySQL Connector/NET, en ook EntityFramework.

ASP.NET en MySQL Connector/NET in partial trust en EntityFramework

voor ASP.NET 2.0/3.5 en partial trust

MySQL Connector/NET kun je met jouw .NET-applicatie gebruiken, ook in combinatie met het EntityFramework. Het testen van de verbinding met de MySQL-database kan met een MySql.Data C# test script. Een ander voorbeeld vind je hier op MySQL-databasetoegang: ASP.NET (tip: SSL beveiligde verbinding!).

Gebruik bij voorkeur geen SqlCe, maar alleen MySQL of Microsoft SQL Server.

Deze partial trust beperking is niet van toepassing op ASP.NET 4.7.

.NET Compilaton Temporary Directory

ASP.NET compileert scripts on-the-fly, en de gecompileerde bestanden worden opgeslagen in de Compilation tempDirectory. Hierdoor worden ASP.NET websites sneller uitgevoerd, omdat de code niet voor ieder verzoek opnieuw gecompileerd hoeft te worden.

Voor een optimale werking van jouw ASP.NET website is het van belang dat je een goede .NET Compilaton Temporary Directory zet. Je stelt deze bij voorkeur in op de map temp die je vindt in de FTP-hoofdmap. Indien nodig moet je hierop nog schrijfrechten instellen via MyVevida.

Om deze tempDirectory in te stellen neem je hiervoor op in jouw web.config-bestand:


<system.web>
  <compilation tempDirectory="D:\www\example.com\temp" />
</system.web>

Vervang example.com door jouw FTP-inlognaam.

Verwijder deze map hierna niet meer! De inhoud telt mee voor de webruimte.

ASP.Net File Change Notification (FCN)

Als je mappen hebt met veel bestanden, bijvoorbeeld honderden of duizenden, dan kan het zijn verstandig om ASP.NET’s File Change Notification uit te schakelen.

Een reden voor het hebben van veel bestanden in een map kan zijn als je een dynamische beeldprocessor zoals Image Resizer of Image Processor gebruikt. Deze maken veel mappen aan om deze dynamische beelden op te slaan. Een tweede reden is het als je een CMS zoals Umbraco of Orchard gebruikt.

Het FCN-mechanisme houdt van alle bestanden bij of deze recentelijk gewijzigd zijn, en de cache ervan te verversen als dat zo is. Het kost erg veel systeembronnen om dit voor al die honderden of duizenden bestanden bij te houden, en dat gaat ten koste van de performance van jouw website.

Om File Change Notification geheel uit te schakelen neem je op in jouw web.config-bestand:


<system.web>
  <httpRuntime fcnMode="Disabled" />
</system.web>

Een andere mogelijkheid is om fcnMode="Single" in te stellen.

Wil je graag meer hierover weten? Lees dan Microsoft’s artikel FcnMode Enum. Dit is alleen van toepassing op .NET 4.7+.

Nota bene

Het is belangrijk om te ontwikkelen in de hoogst mogelijke versie van ASP.NET.

Mocht je een reactie hebben naar aanleiding van dit artikel dan kun je dit via het onderdeel Vragen op MyVevida naar ons sturen.

Wat vond je van dit antwoord?

Bedankt voor je feedback!

Er is een fout opgetreden. Probeer het later opnieuw.