Op het Windows Server hostingplatform biedt Vevida standaard ondersteuning aan voor ASP.NET en ASP.NET Core.. Voor oude legacy webapplicaties is ASP.NET 3.5 SP1 nog beschikbaar, maar bijwerken naar .NET-Framework 4.8 of hoger is aanbevolen. In dit artikel geven we je meer informatie over ASP.NET bij Vevida.

Link naar deze kopASP.NET bij Vevida

In de Vevida Windows Server hostingomgeving is het .NET-Framework standaard beschikbaar. Je website wordt direct met ASP.NET-functionaliteit opgeleverd. Alle standaard functies van de .NET-technologie worden ondersteund. Extra onderdelen kun je vaak zelf deployen (publiceren) naar de bin-map van je webapplicatie. Denk hierbij aan ASP.NET MVC, MySQL Connector/NET, EntityFramework, SqlCe, WCF Web Services, etc. Maar hierbij moet je in het achterhoofd houden tot wanneer een extern pakket ondersteund is.

Als je graag meer informatie wilt over ASP.NET dan kun je terecht op de .NET Framework-pagina van Microsoft.

Voor het gebruik van ASP.NET en ASP.NET Core is het van belang dat je beschikt over Visual Studio. Zorg ervoor dat je de nieuwste versie van Visual Studio hebt. De Microsoft Visual Studio Docs pagina Update Visual Studio to the most recent release legt je uit hoe je dit doet.

Binnen Linux-hosting is helaas geen ASP.NET of ASP.NET Core beschikbaar.

Link naar deze kopASP.NET Core

ASP.NET Core is momenteel alleen te gebruiken op onze IIS 10 webservers, met Windows Server 2016 en Windows Server 2019. Welke versies van ASP.NET Core beschikbaar zijn vind je in ons artikel Welke .NET versies kan ik gebruiken? Neem contact op met onze klantenservice als je vragen hebt over ASP.NET Core bij Vevida.

Let op: Om ASP.NET Core 3.0+ te kunnen gebruiken heb je tenminste Visual Sudio 2019 v16.3 nodig.

We kunnen ons voorstellen dat je graag je oude ASP.NET Core webapplicaties wilt omzetten naar 3.0 en daarna 3.1. Microsoft heeft hiervoor een migratiehandleiding geschreven, en die vind je hier: Migrate from ASP.NET Core 2.2 to 3.0 en Migrate from ASP.NET Core 3.0 to 3.1. Je vindt er ook instructies voor het updaten van oudere ASP.NET Core versies.

Link naar deze kopASP.NET 4.8+ trustlevel configuratie

Het Vevida Windows hostingplatform opereert in een FullTrust TrustLevel, voor ASP.NET 4.8+.

Link naar deze kopASP.NET applicatiefolders

Een ASP.NET-applicatie draait in een zogenoemde applicatiefolder. Dat is een folder die in de webserver specifiek is aangemerkt voor het uitvoeren van ASP.NET-applicaties. De www-map is standaard al een applicatiefolder, hiervoor hoef je niets te doen. Een tweede, extra, applicatie en -folder kun je in MyVevida aanmaken, via het onderdeel Websites > Applicaties.

Link naar deze kopweb.config overerving

Als je webapplicatie gebruik maakt van meerdere applicatiefolders, dan nemen zogenoemde child applicaties de instellingen over van de hoofdapplicatie (het web.config-bestand). Dit heet web.config inheritance (overerving) en dat kan soms behoorlijk vervelend zijn.

In het web.config bestand van de hoofdapplicatie kun je opgeven dat de instellingen niet overgeërfd moeten worden naar de child- of subapplicaties.

<location path="." inheritInChildApplications="false">
	<system.web>
		<!-- hoofdapplicatie instellingen komen hier -->
	</system.web>
</location>

Let op: dit werkt helaas niet als je gebruikmaakt van <configSections> in je web.config-bestand

Link naar deze kopGeïnstalleerde ASP.NET-versie voor jouw website

Let op: ASP.NET 2.0/3.5 is verouderd en het gebruik ervan wordt afgeraden. Upgrade z.s.m naar een courante versie van ASP.NET.

Als je graag wilt weten welke ASP.NET-versie geïnstalleerd is op je website, dan kun je hiervoor de code uit ons artikel Welke versie van .NET gebruikt mijn website? gebruiken. Actuele versie-informatie vind je ook altijd terug in ons artikel Welke .NET versies kan ik gebruiken?

Ontwikkel je webapplicaties in dezelfde .NET-versie als op de webserver beschikbaar is, bij voorkeur de hoogst mogelijke. Wij bieden geen ondersteuning op websites die ontwikkeld zijn in ASP.NET 2.0/3.5 en de problemen die daaruit voortvloeien.

Link naar deze kopASP.NET MVC

Je kunt ASP.NET MVC gebruiken in je .NET-webapplicatie. Je vindt meer informatie in ons FAQ-artikel ASP.NET MVC gebruiken.

Just bin Deploy it” geldt ook voor andere uitbreidingen, waaronder MySQL Connector/NET en EntityFramework. Gebruik bijvoorbeeld Web Deploy vanuit Visual Studio voor het publiceren als je beschikt over een .NET Hosting hostingpakket.

Link naar deze kopASP.NET en MySQL Connector/NET en EntityFramework

MySQL Connector/NET kun je met je .NET-webapplicatie gebruiken, ook in combinatie met het EntityFramework. Het testen van de verbinding met de MySQL-database kan je doen met een MySql.Data C# testscript. Een ander voorbeeld vind je hier op MySQL-databasetoegang: ASP.NET. Belangrijke informatie over het juist instellen van Connector/NET vind je in ons artikel MySQL Connector/NET-versie instellen in web.config.

Gebruik géén SqlCe-database, maar alleen Microsoft SQL Server of MySQL.

Link naar deze kopASP.NET ViewState

Beveiliging van informatie die over het internet wordt verzonden vinden wij bij Vevida belangrijk. Eén van de manieren om daarvoor te zorgen is dat uitgaande .NET-verbindingen optimaal versleuteld zijn. En om dezelfde reden leggen we je in het artikel ASP.NET: ViewState versleuteling graag uit hoe je de ASP.NET View State versleutelt en beveiligd.

Link naar deze kop.NET Compilaton Temporary Directory

ASP.NET compileert scripts on-the-fly, en de gecompileerde bestanden worden opgeslagen in de voor je webapplicatie geconfigureerde Compilation tempDirectory. Hierdoor worden ASP.NET websites sneller uitgevoerd, omdat de code niet voor ieder verzoek opnieuw gecompileerd hoeft te worden.

Voor een optimale werking van jouw ASP.NET website is het van belang dat je een goede .NET Compilation Temporary Directory zet. Je stelt deze bij voorkeur in op de map temp die je vindt in de FTP-hoofdmap. Indien nodig moet je hierop nog schrijfrechten instellen via MyVevida.

Om deze tempDirectory in te stellen neem je hiervoor op in het web.config-bestand:

<system.web>
	<compilation tempDirectory="D:\www\example.com\temp" />
</system.web>

Vervang example.com door jouw FTP-inlognaam.

Verwijder deze map hierna niet meer! De inhoud telt mee voor de webruimte.

Link naar deze kopASP.Net File Change Notification (FCN)

Als je veel mappen hebt met veel bestanden, bijvoorbeeld honderden of duizenden, dan kan het zijn verstandig om ASP.NET’s File Change Notification uit te schakelen.

Een reden voor het hebben van veel bestanden in een map kan zijn als je een dynamische beeldprocessor zoals Image Resizer of Image Processor gebruikt. Deze maken veel mappen aan om dynamisch afbeeldingen in op te slaan. Een tweede reden is het als je een CMS zoals Umbraco of Orchard gebruikt.

Het FCN-mechanisme houdt van alle bestanden bij of deze recentelijk gewijzigd zijn, en ververst de cache ervan als dat zo is. Het kost erg veel systeembronnen om dit voor al die honderden of duizenden bestanden bij te houden. Dat gaat ten koste van de performance van jouw website.

Om File Change Notification geheel uit te schakelen neem je op in jouw web.config-bestand:


<system.web>
	<httpRuntime fcnMode="Disabled" />
</system.web>

Een andere mogelijkheid is om fcnMode="Single" in te stellen.

Wil je graag meer hierover weten? Lees dan Microsoft’s artikel FcnMode Enum. Dit is alleen van toepassing op .NET 4.8+.

Link naar deze kopNota bene

Het is belangrijk om te ontwikkelen in de hoogst mogelijke versie van ASP.NET.

Mocht je een reactie hebben naar aanleiding van dit artikel dan kun je dit via het onderdeel Vragen op MyVevida naar ons sturen.

Wat vind jij van dit antwoord?

Bedankt voor je feedback!

Er is een fout opgetreden. Probeer het later opnieuw.